Van handbediening tot Centrale Verkeers Leiding - deel2


Origineel geschreven door ing. D. Uitzinger
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, november 17e jaargang - 1964
Originele titel: Van handbediening tot centrale verkeers leiding
Dit is het vervolg van het artikel 'Van handbediening tot Centrale Verkeersleiding - deel1'.

Voor een goed begrip van de redenen waarom en de wijze waarop achtereenvolgens tot andere systemen van bedienen van wissel- en seininrichtingen werd overgegaan, is het gewenst enkele eisen, waaraan de stations- en baanvakbeveiliging moet voldoen, beknopt te omschrijven.

De stations- en baanvakbeveiliging — met tal van andere voorzieningen en maatregelen - moet de Dienst van Exploitatie in staat stellen reizigers en goederen op ’n veilige, snelle en economische wijze te vervoeren. Hiervoor moeten trein- en rangeerbewegingen worden uitgevoerd volgens een vooraf vastgesteld tijdschema. Deze bewegingen moeten worden geleid en beheerst, o.a. door middel van seinen, waarmede aan de machinist op afstand opdrachten kunen worden gegeven (stop, snelheid verminderen, voorbijrijden toegestaan, enz.). Hiervoor dient het seinstelsel. Voor het huidige, het seinstelsel 1955, verwijzen wij naar het artikel in ons blad van januari 1963. Vóór een sein uit de stand „stop” wordt gebracht, moet o.a. aan de volgende eisen zijn voldaan:

  1. de rijweg moet vrij en onbelemmerd zijn;
  2. de betrokken wissels, enz. moeten in de juiste stand zijn vastgelegd,
  3. tegenstrijdige bewegingen moeten zijn uitgesloten.
Fig. 5a - Doorsnede toestel model S. & H. De linialenkast, hier nog voor 14 linialen, is bij latere toestellen naar achteren verlengd en geschikt gemaakt voor 28 linialen. Voor de bouw van toestellen met een groot aantal linialen werd het frame verbreed, zodat meerdere linialenkasten achter elkaar konden worden gemonteerd. De assen werden dan gekoppeld d.m.v. koppelbussen.

Fig. 5a - Doorsnede toestel model S. & H. De linialenkast, hier nog voor 14 linialen, is bij latere toestellen naar achteren verlengd en geschikt gemaakt voor 28 linialen. Voor de bouw van toestellen met een groot aantal linialen werd het frame verbreed, zodat meerdere linialenkasten achter elkaar konden worden gemonteerd. De assen werden dan gekoppeld d.m.v. koppelbussen.

De controle op het vrij en onbelemmerd zijn van de rijweg was aanvankelijk en is op vele stations nog toevertrouwd aan de ambtenaar, tot wiens verantwoordelijkheidsgebied de rijweg behoort. Hij moet dit door eigen waarneming vaststellen, dan wel een andere ambtenaar opdragen dit te doen en nagaan of zijn opdracht is uitgevoerd. Door het toepassen van spoor-en wisselisolatie en het invoeren van automatisch blokstelsel kan deze daarvan worden ontheven.

Aan de eisen onder 2 en 3 genoemd wordt bij mechanische bedieningstoestellen voldaan door de koppelingen tussen de sein- en wisselhandels, enz. Door de constructie van de wisselstellers en van het bewegings-mechanisme voor de seinarmen, alsmede door bijzondere voorzieningen, bestaat de zekerheid dat de wissels, seinarmen, enz. de beweging van de handels volledig hebben gevolgd.

Fig. 5b - SEINHANDEL

Fig. 5b - SEINHANDEL

Ter verduidelijking hiervan een beknopte beschrijving van een der door ons genoemde toestellen, n.l. het toestel model Siemens & Halske. Opgemerkt zij, dat deze toestellen vanaf 1901 in ons land worden vervaardigd door de machinefabriek „Alkmaar”, en op vele stations nog in gebruik zijn.

Het bedieningstoestel model S. & H.(zie fig. 5a, 5b en 5c)

Het frame bestaat uit twee gietijzeren zijstukken, de poten, die onderling worden gekoppeld door twee U-balken, waaraan de handelhuizen met bouten zijn bevestigd op onderlinge afstanden van 100 mm. De handels (schijf met steel) draaien tijdens het omleggen om asjes in de handelhuizen. De bovenste U-balk vormt tevens de bodem van de linialenkast, waarin naar behoefte de koppelingen tussen de handels, eventueel de koppelingen met de daarboven geplaatste elektrische bloksloten worden aangebracht. In de lengterichting van de kast kunnen — geleid in dwarsstukken met passende sleuven, de zgn. kammen — stalen linialen bewegen. Onder deze linialen zijn assen gemonteerd, gelagerd in asplaatjes, die aan de voor- en achterplaat van de kast zijn bevestigd. Boven elk handelhuis is plaats voor 2 assen, waarvan de linkeras zo kan zijn uitgevoerd, dat deze aan de voorzijde uit de linialenkast steekt. Op deze verlengde as wordt dan een kleine koperen hefboom, het krukje, aangebracht, waarmede de as over een hoek van 48° kan worden gedraaid. De normale stand van het kruikje is schuin rechts naar boven, de omgelegde stand van het krukje is schuin links naar boven. In de assen zijn gaten met schroefdraad, die dienen voor het bevestigen van verschillende soorten nokken.

Fig.5c- OPENRIJDBAAR WISSELHANDEL

Fig. 5c - OPENRIJDBAAR WISSELHANDEL

Door het omleggen van het krukje wordt de as gedraaid en door de hierop bevestigde nok wordt een lineaal naar links bewogen. De slag van déze liniaal is 20 mm.

In fig. 6 zijn naast elkaar schematisch twee seinhandels en een wisselhandel getekend, waarmede onderscheidelijk sein A, sein B en wissel 1 worden bediend. De seinhandels zijn in de getekende stand niet bedienbaar, doordat zich in een inkeping, aangebracht in de rechter schijfrand van deze handels, een ronde sluitpen bevindt. Het wisselhandel is bedienbaar. Boven het wisselhandel zijn de wisselassen 3l en 3r gemonteerd. Aan de nokken, die hierop zijn aangebracht, hangt boven de linker en de rechter rand van de wisselhandelschijf een vierkante sluitpen.

In de getekende stand — die overeenkomt met wissel 1 normaal - vindt de linker sluitpen geen inkeping in de rand van het handel, de rechter sluitpen daarentegen wel (aangeduid door het niet gearceerde gedeelte van de schijf rand).

Wordt het wisselhandel omgelegd, dan bevindt zich onder de linker sluitpen een inkeping, daarentegen onder de rechter sluitpen de volle schijfrand. As 3L kan dus slechts gedraaid worden als ’t wisselhandel is omgelegd, as 3R slechts met het wisselhandel normaal (in de getekende stand). Aangenomen is dat voor het uit de stand „stop” brengen van sein A, wissel 1 in de normale stand moet worden vastgelegd en voor het bedienen van sein B in de abnormale stand.

hb64-11nov-64-2Alvorens sein A te kunnen bedienen, moet krukje 1 naar links worden omgelegd, waardoor de pen uit de rand van het seinhandel wordt gelicht. Door het omleggen van krukje 1 wordt liniaal 2 naar links bewogen en as 3R naar links gedraaid, waardoor de sluitpen zakt in de inkeping, die is aangebracht in de rechter rand van het wisselhandel. Hierdoor wordt het handel in die stand vastgelegd en is niet meer bedienbaar. Zolang het handel van sein A is omgelegd, kan krukje 1 niet worden teruggelegd, omdat de ronde sluitpen dan stuit op de rand van het handel.

Nadat het sein in de stand „stop” is teruggebracht, kan krukje 1 teruggelegd worden, waardoor het seinhandel weer wordt vastgelegd, de liniaal wordt teruggelegd en as 3r door de asveer terugdraait. Daarna is het wisselhandel weer bedienbaar.
Alvorens sein B te bedienen moet op soortgelijke wijze krukje 2 worden omgelegd, waardoor liniaal 1 wordt bewogen. Dit is slechts mogelijk, als het wisselhandel is omgelegd en as 3L de beweging van liniaal 1 kan volgen.
Er zijn van het model S. & H. toestellen gebouwd met meer dan 100 handels en 80 a 90 linialen.

Het vervolg kunt u hier lezen.