De nieuwe motorpostrijtuigen Mp 3001 t/m 3035


Origineel geschreven door H. F. Enter
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, november 18e jaargang - 1965
Originele titel: De nieuwe motorpostrijtuigen Mp 3001 t/m 3035
Motorpost-Mp3001__hb65-11nov-1

Mp 3001 op weg naar Ede

Het ombouwen van de oude blokkendozen of stofzuigers tot motorpost-trekkers is wel een succes gebleken. Door korte stationementen leent de reizigerstrein zich steeds minder voor een — juist groeiende — stroom post en de aparte posttrein bestaande uit het motorpostrijtuig alleen of een aantal gekoppelde motorpostrijtuigen of een motorpostrijtuig met aanhang (getrokken postrijtuigen, goederenwagens) bleek de zozeer gewenste ontlasting van de reizigerstreinen te geven.

Die inmiddels hoogbejaarde mP’s maken geen hoge snelheid meer en zijn vooral elektrisch versleten. Nu ATB moet worden ingebouwd vroeg men zich wel af, of die kostbare inbouw in deze verouderde motorrijtuigen nog wel verantwoord was. De PTT, zeer tevreden over de resultaten met de mP’s, besloot de NS te verzoeken in samenwerking met Werkspoor een serie moderne posttrekkers te ontwerpen. Van de 35 bestelde mP’s zijn de eerste rijtuigen inmiddels afgeleverd en het wordt dus tijd er iets van te laten zien en er iets van te vertellen. Bovendien zal de opgenomen maatschets de echte modelbouwers in staat stellen deze interessante trekvoertuigen na te bouwen.

Het is een zeer lang rijtuig geworden, n.l. 26,4 m over de buffers, even lang dus als de moderne rijtuigen van de DB. Ten dele komt dat, doordat er met alle geweld weer een neus aan moest, die nu niet bepaald bijdraagt tot een mooi uiterlijk en die bovendien weer eens een geheel andere vorm heeft dan alle voorgaande. Een complicatie was, dat er ook nog buffers waren inplaats van de automatische koppeling, maar uiteindelijk is men er toch in geslaagd er een min of meer aanvaardbaar geheel van te maken. De in elkaar gedrongen neus wordt verder nog wat ontsierd door een te forse plastic balk waarin de front- en sluitseinen zijn opgenomen, maar al met al heeft dit motorrijtuig toch wel enige allure. Over smaak valt verder niet te twisten dus: over tot de verdere gegevens. De draaistellen zijn beide motordraaistellen en deze zijn gelijk aan de motordraaistellen van de DE-treinstellen 111-152 (u weet wel: de 3-delige rode diesels). De tractiemotoren zijn echter gelijk aan die van de treinstellen van plan T.

De deuren hebben een bijzondere constructie: ze vallen in gesloten stand binnen de zijwand, waardoor de rijtuigen o.a. in de wasmachine gemakkelijk kunnen worden gereinigd.

De bestuurderscabines zijn uitgerust met alle gebruikelijke apparatuur, vermeld moet worden, dat het middenraam (uitzicht voor de machinist) is voorzien van een goudfilmruit met elektrische verwarming en dat voor het eerst in de geschiedenis van de NS naast de pneumatische ruitenwisser ook een ruitensproeier is aangebracht. De verwarming geschiedt door laagspanningskachels, de verlichting door TL buizen. Drie koplampen — zoals voorgeschreven — en twee sluitlichten in de reeds besproken plastic balk.

Tot slot een aantal maten en gegevens:

Lengte over de buffers  26.400 mm
Lengte over de bolle koppen  25.580 mm
Afstand h.o.h. draaistellen  18.350 mm
Radstand draaistellen  3.000 mm
Breedte  2.780 mm
Totaal gewicht  52 ton
Max. snelheid  125 km/h
Min. doorloopbare boog  125 m
Max. toegelaten treingewicht  200 ton per trekkende mP
Multiple rijden  max. 3 mP’s
Motorvermogen  4 x 197 pk continu per mP

Uit bovenstaande gegevens blijkt duidelijk, dat ook deze moderne mP als trekkracht moet kunnen optreden. Door zijn buffers, trekhaak en rem-installatie is de nieuwe mP weer geheel geschikt om buffermaterieel te slepen of dat nu postrijtuigen of goederenwagens zijn.

Oude Mp

Oude Mp

Om even die 200 ton een beetje te verduidelijken: een vijftal D-treinrijtuigen kunnen door een mP worden vervoerd, waarbij natuurlijk niet in 55 sec de max. snelheid kan worden behaald, zoals de mP 3001 op een proefrit vertoonde! Aangezien drie mP’s multiple kunnen rijden (dat wil dus zeggen, dat de machinist vanuit de cabine van de voorste mP alle drie kan besturen) kan dus met een dergelijke combinatie een D-trein van maximum-lengte worden gesleept. De geschiedenis herhaalt zich: ouderen onder ons zullen zich zonder twijfel nog de door drie blokkendozen-motorwagens getrokken kolentreinen herinneren welke in de laatste wereldoorlog veelvuldig te zien waren.

Voor de modelbouwer een dankbaar onderwerp. Juist het feit, dat het maar één enkel rijtuig is, maakt de bouw ervan aantrekkelijk (men kan het werk overzien). Het zal niet moeilijk zijn geschikte draaistellen te vinden en het is geheel aan u om er één of twee motordraaistellen onder te zetten. Doordat het een postrijtuig is hebt u alle gelegenheid het motordraaistel onder te brengen. Die neuzen zijn dan wel weer het lastigste gedeelte, maar aangezien er ook balsahout in de wereld is lijkt dat probleem oplosbaar.
Van mij hoeft u er bovendien geen postrijtuig van te maken. Als bagage-motorrijtuig zou het een aantal personenrijtuigen kunnen trekken waarvan de laatste dan stuurstands-rijtuig zou moeten zijn. U heeft dan een fraai pendeltreintje, zoals u dat veelvuldig in Zwitserland ziet rijden. U ziet maar eens wat u doet, in ieder geval bent u — naar ik meen — in staat om aan het bouwen te slaan.

motorpost-tekening__hb65-11nov-1