Een zelfbouw motorpost van de NS


Origineel geschreven door W. Willemse
Gepubliceerd in VT Vrije Tijd, mei 1969
Originele titel: NS-postrijtuig als model op uw baan
Het originele magazine waarin dit artikel staat heb ik dubbel en is daarom te koop. Heb je interesse? Stuur even een berichtje!

mp1De Nederlandse posterijen en spoorwegen zijn dag en nacht bezig om de duizenden en duizenden poststukken zo snel mogelijk op hun plaats van bestemming te brengen, een nooit ophoudende wedstrijd met de telefoon, telex en auto. Een machtig wapen in die strijd is het nieuwe postrijtuig (AR: Motorpost) van de NS, waarvan we in dit artikel een bouwschrijving geven, zodat deze moderne — niet meer uit het Nederlandse spoorwegverkeer weg te denken — wagen ook op uw modelbaan niet hoeft te ontbreken.

Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de spoorwegen, ontdekt dat de posterijen daarin al heel vroeg een rol speelden en dat de „mail" altijd een zwaarwegende factor is geweest. Soms was er een felle concurrentie tussen de verschillende spoorwegmaatschappijen om een contract van de posterijen. Zo heeft Nederland in het begin van deze eeuw enige snelle stoomlocs gekregen, toen twee spoorwegmaatschappijen vochten om de post van Engeland naar Duitsland te mogen vervoeren op de lijn Vlissingen-Venlo. Deze concurrentie mag dan tot het verleden behoren, het streven om de post zo snel mogelijk te verwerken is gebleven.

Maatschets
Zoals gebruikelijk is de maatschets van ons postrijtuig getekend voor schaal HO. De materiaaldikte is 1 mm, tenzij er een andere dikte is vermeld. De maten staan aangegeven in millimeters. Voor het nabouwen in de schalen TT en N dient u de maten te vermenigvuldigen met de factoren 0,73 en 0,54 of, als u het niet zo nauw neemt, met 3/4 respectievelijk 1/2. Nu we toch de nauwkeurigheid aanstippen: precieze nabouw kan u noodlottig worden. Het model is in schaal HO namelijk ongeveer dertig centimeter lang. Dat is vermoedelijk langer dan gebruikelijk voor uw rollend materieel. Het kan dan gebeuren dat het postrijtuig in scherpe bochten zover over komt te hangen, dat het tunnelportalen, brugpijlers, seinen en dergelijke gaat raken. U kunt dat nagaan door een plaatje van 300 x 34 mm te monteren op twee onderstellen en dat „rij-ding" een proefritje te laten maken. Het is best mogelijk, dat u dan besluit om het model enkele centimeters korter te maken door van alle lengtematen iets af te halen. De meeste van uw gekochte vierassers zijn overigens een paar centimeter te kort. Pas de laatste tijd brengen de fabrikanten modellen die helemaal schaalgetrouw zijn.

Materialen
In de beschrijving is uitgegaan van zink voor de grote platte vlakken en hout voor de ronde delen. Niets belet u uiteraard om in plaats van zink, hout of perspex (plexiglas) te gebruiken. Voor het maken van het dak en de „hondekoppen" adviseren wij hout, omdat voor het maken van deze onderdelen van metaal een grote handvaardigheid vereist is.

Aanvullende gegevens
We hebben de beschrijving beperkt tot de eigenlijke opbouw en de onderstellen. Het inbouwen van de motor bijvoorbeeld is op vele manieren te doen. We raden u aan om hiervoor nog eens te lezen, wat de heer Welter heeft geschreven in zijn artikel over de NS 2800. Het postrijtuig biedt ruimte genoeg voor elke methode van inbouw. Ook de pantografen zijn buiten beschouwing gelaten, omdat die los te koop zijn. Denkt u er wel aan, dat dit rijtuig is uitgerust met moderne zogenaamde halve pantografen (verkrijgbaar van het merk Sommerfeldt). De buffers zijn nogal afwijkend van vorm. U kunt natuurlijk normale buffers kopen, maar wij vinden de vorm karakteristiek genoeg om ze na te bouwen. Of deze buffers te koop zijn, is ons niet bekend. Het postrijtuig rijdt vaak alleen, maar trekt ook weleens een stukgoederenwagon. Gebruikt u het solo, dan komen koppelingen van het eigen merk in aanmerking.

Onderdelen
We beginnen met de zijkanten, die in tekening 1 zijn weer gegeven. De deuren worden op de zijkanten gesoldeerd of gelijmd. De basisplaat is dus uit een zink. Wel dient u in die basisplaat gaten te zagen, zodat de ramen in de deuren doorzichtig zijn. De ramen zelf worden aan alle kanten 1 mm to krap uitgezaagd. Daarna vijlt u zo van binnen naar buiten uit, zodat er schuine sponningen ontstaan. Die verft u later aluminium. De beide zijkanten zijn niet precies elkaars spiegelbeeld. Rechts op de tekoning ziet u door de ramen streeplijnen staan. Deze geven de plaats en afmetingen aan van de ramen die in de niet-getekende zijkant zitten. De deuren hangen in een rail, die nagemaakt wordt door een L-profiel met de kopse kant van de kortste poot tegen de zijkant te solderen. De lange poot wijst naar beneden. Onder aan de zijkant en aan de kanten van de deuren zijn vierkante profielen van 1 X 1 mm aangebracht.
Het dak is sterk gerond, wat dan ook de reden is dat we het van hout maken. Tekening 2 geeft zowel een zijaanzicht als een dwarsdoorsnede. Het dak loopt aan beide uiteinden taps toe. In dezelfde tekening zijn de verschillende details op en aan het dak weergegeven. Van de pantografen is alleen de plaats aangegeven. De kast midden op het dak verzinkt ongevoor 1 mm in het dak. De roosters aan de zijkant kunt u het best driehoekig in dwarsdoorsnede maken. Het ronde dak vijlt u dan ter plaatse vlak, zodat het rooster er precies op past.

Bodem
De bodem zal weinig problemen opleveren. De tekeningen geven de maten. Het zal u opvallen, dat de bodem aan beide einden 6 mm langer is dan de zijkant. Dit is gedaan om er later de frontstukken (de hondekoppen) op te bevestigen. Daarvoor loopt de bodem ook enigszins taps toe in dezelfde mate als waarin de frontstukken dat doen. Op dezelfde tekening staan de plaatsen aangegeven waar de onderstellen aangrijpen. De diverse apparatuur die onder de bodem is aangebracht, is in dezelfde tekening terug te vinden. U kunt volstaan met deze apparatuur te maken uit plaat, maar ze kan ook in hout over de gehele breedte van de bodem worden uitgevoerd. In dat geval is de breedte van al die apparaten aan beide zijden 2 mm smaller dan de bodem.

Hondekop
Karakteristiek aan veel NS-modellen zijn de „hondekoppen". In het model zijn het de moeilijkste onderdelen. In de tekeningen 3 tot en met 8 zijn do drie belangrijkste onderdelen weergegeven, van drie of vier kanten bekeken. Eerst maakt u het onderste en bovenste deel uit blokjes hout (tekening 5) en 6). Bij tekening 5 zijn tevens de maatschetsjes opgenomen voor de frontbalk, waarin de onderste voorlichten en de achterlichten zijn aangebracht. Het gemakkelijkst maakt u doze frontbalk uit een apart stukje hout, dat later in de uitsparing van het onderste deel komt. Verder willen we opmerken, dat het vooraanzicht alleen maar do grootste maten aangeeft (dus niet de maten van de voorkant, maar van de achterkant). De werkwijze is als volgt. U maakl een blok hout met de buitenmaten van het vooraanzicht (32 X 20) 22 mm diep. Vervolgens wordt de achterste 3 mm op een breedte van 30 mm gebracht (voor latere bevestiging tussen de zijkanten). Daarna bewerkt u de onderkant volgens het zijaanzicht en vooraanzicht. Dan volgt de slappe V-vorm (zie bovenaanzicht) en tenslotte de ronde vorm aan de bovenkant (zie zijaanzicht). Een en ander behoeft nog niet nauwkeurig te worden afgewerkt. Nu volgt het bovenste deel, dat van een blokje hout wordt gemaakt van 32 X 14 X 10 mm. De eerste bewerking is het aanbrengen van het model volgens het zijaanzicht van tekening 6. Daarna moet het gearceerde gedeelte aan beide zijden 1 mm ingefreesd worden. (Deze delen worden later tussen de zijkanten geklemd). De bovenkant van dit deel kan alvast in de vorm van het dak worden gevijld (vooraanzicht). Denkt u er wel aan, dat de onderste 4 mm recht blijven: dat is dus alleen het driehoekige gedeelte. Nu komen we aan het moeilijkste, namelijk de cabine, die gemaakt wordt van een massief stukje perspex van 10 X 3 X 32 mm. Daarvan vijlt u eerst de onregelmatige vierhoek volgens zijaanzicht van tekening 8. Vervolgens krast u in de verschillende vlakken de figuren die in tekening 8 zijn aangegeven. Let wel: dit zijn aanzichten loodrecht op de vlakken! Nu vijlt en zaagt u het blokje volgens de gekraste figuren bij. De volgende slap is de assemblage van de drie delen volgens tekening 7. U zult zien, dat het nu een kwestie van vormgevoel is om de lijnen vloeiend te maken. Dan pas volgen de ramen, die ontstaan als u de raamlijsten op het perspex schildert (tekening 8, zij- en vooraanzicht). Als laatste worden de frontbalk, de bovenste koplamp en de buffers op de hondekop gezet.

Verlichting
Wilt u het model echt verlichten, dan kunt u gaten met een doorsnee van 2 mm boren evenwijdig aan de lengteas van het postrijtuig. Daarin passen dan later de lichtgeleidingsstaafjes. Het rode- en het witte lampje worden op de bodem gemonteerd achter de hondekop. Het werken met lichtgeleidingsstaafjes en een schakeling om afwisselend rood en wit licht te voeren zijn beschreven in het artikel over de DE-loc 2200/2300 (Vt oktober-november 1967). Als het witte lampje niet geheel wordt afgeschermd in de richting van de cabine zal daar nog enig schijnsel to zien zijn als de genoemde cabine voorste cabine is.

mp-werkblad

Onderstellen
De onderstellen kunt u getrouw namaken van de tekening, maar ook kopen. Weliswaar is dit type niet in de handel, maar ook andere zullen niet misstaan onder uw postrijtuig.
Het kleurenschema is vrij eenvoudig: bruinrood voor het casco, donkergrijs voor het dak en zwart voor de bodem, de bufferbalk en de onderstellen. De balken waarin de lichten zitten, zijn geel.

Het originele magazine waarin dit artikel staat heb ik dubbel en is daarom te koop. Heb je interesse? Stuur even een berichtje!
  • Dit artikel is bedoeld als inspiratie om zelf aan de slag te gaan. Het is niet per se een 1 op 1 handleiding omdat bijvoorbeeld sommige dingen niet meer leverbaar zijn, of er zijn inmiddels betere materialen of oplossingen beschikbaar.
    Zie het vooral als inspiratie en haal er de voor u bruikbare dingen uit.