Bouwbeschrijving van een molen voor de tuin – deel 2


Origineel geschreven door G. Sepers
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, juni 16e jaargang - 1964
Originele titel: Bouwbeschrijving achtkant korenmolen met stelling

Vervolg uit HB mei '64

Staart en schoren

De staart (20), lange schoren (18) en korte schoren (19 worden klaar­gemaakt van fijndradig hout b.v. beu­kenhout. De einden van (18 en 19) worden rond afgewerkt, evenals de uiteinden van voeghouten en roosterhouten. De staartbalk (20) wordt d.m.v. een schroef aan de korte spruit (14) verbonden, evenzo met de lange scho­ren (18) en de lange spruit (13). De korte schoren (19) bevestigen we aan de korte spruit (14), beiden aan de uiteinden met een b.k. houtschroef. De lange en korte spruit zijn buiten de kap, voor een vierde deel van de breed­te, schuin afgewerkt tot 2 mm diepte. Op de schoren wordt een plat stukje gemaakt van 2 á 3 mm dikte, dat rondom 2 mm oversteekt. Onder aan de staart wordt een gat geboord van ca. 8 mm voor de kruihaspelas.
Ook wordt de kruibank (22) gemaakt van twee balkjes vóór en achter tegen het ondereind van de staartbalk; hierover een plankje van 3 mm met ondiepe zaagsneden, zodat het smalle plankjes gelijken. Ook boort men nog een gat aan de zijkant van de staartbalk, waar­door de bezetketting komt, welke strak vastgezet wordt aan de kikker achter aan de staart. De beide kettin­gen (b.v. oude klokkenkettingen) zijn aan de einden voorzien van een haak, die door de sleuven van de balieplanken gaat en achter de baliebalk vast­haakt. De kruiketting zit aan het an­dere eind vast tegen de kop van de kruihaspel en wel aan de achterkant boven de as. De ketting mag niet te grof zijn, daar deze dan niet om de as wil winden. Dan ook nog een andere korte ketting met het oog vanaf de kruibank tot aan de spaak van het kruirad. Wanneer de beide kettingen strak staan, dan kan het rad niet meer terug lopen.
Twee lange spaken gaan half in de kop van de haspel, dus ma­ken we eerst een kruisgat in de kop van de haspel ter dikte van de spaken. Eén der gaten maken we de halve dikte van een spaak naar achteren breder, dan steken we eerst de ene spaak er door met het keepje naar achteren, dan de andere met ’t keepje naar voren en als ze over elkaar lig­gen, drukken we ze in, waarna we het gat met een passend stukje opvullen; dan 5 a 6 mm buiten de kop afwerken. Hierna de tussenspaken een weinig in de kop inlaten, waarna we twee dunne ijzeren ringen er op bevestigen met een kleine nagel (zie tek. in HB mei).

Roeden of wieken

De roeden maken we van parana-pain, in het midden 25 X 25 mm, de einden 16 mm breed en 12 mm dik. De bin­nenste roede is 25 mm hol d.w.z. 12 cm uit het midden wordt de voorkant der roede 25 mm naar voren geschrapt en aan beide einden afgewerkt, zodat ze even ver uit de romp draaien.
De afwerking van de roede moet aan de achterkant en aan de kant van de windborden geschieden, dat is dus aan de rechtse kant. We gaan deze beide roeden schuin afwerken, te beginnen bij de bovenste heklat. Even er boven steken we een hol,schuin vlakje, zodat op de plaats van heklat (19), de roede schuin loopt. We steken het ca. 5 mm schuin weg tot aan heklat (7) en van 7 tot heklat (1), dus naar onderen ge­leidelijk minder, totdat de roede aan het eind zo blijft. Om netjes af te wer­ken trekt men een potloodlijn van (19) tot (7) en van (7) tot (1), enigszins hol.
Zo doet men met alle vier de einden aan de voorkant. De achter­kant maken we ook schuin, 5 mm diep, maar dan de lijn van (19) tot (1) trek­ken. Dan volgt het aantekenen en ver­delen van de punten, waar de beklat­ten moeten worden geplaatst. Om de gaten te boren neemt men een ijzerboor van 4 mm en boort deze gaten vanuit de kant der windborden (dus rechts) 6 mm uit het hart naar de bo­venkant of voorzijde in de schuinte van de roeden aan de voorzijde.
hb64-05mei-64-21Aan de heklatjes worden ronde stuk­jes gestoken en gevijld, zodat deze precies passen, we werken ze aan bei­de kanten iets af, zodat men later niet kan zien, dat de heklatten in de roe­den rond zijn. Ook de scheerhouten (28), die we van beukenhout maken, worden op deze manier bevestigd. We plaatsen eerst de onderste en bovenste, waarna we de anderen zodanig schuin maken, dat de buitenkant van het bord recht loopt. Met zeer kleine na­geltjes maken we ze uiteindelijk vast. De heklatten zijn van rechtdradig vu­ren- of grenenhout; eerst van enkele stukken hout afzagen, daarna op on­geveer de juiste dikte kloven, vervol­gens op maat schaven. Aan de roedekant 4x6 mm en aan het buiten­einde 2x3 mm. Werk zuiver op maat, daar anders de wieken niet even zwaar worden. De windbordjes (27), maken we van hetzelfde hout, 2'k a 3 mm dik, we maken ze schuin tegen de roede, opdat het sluit. De lange zoomlatten (29) worden van vuren of gre­nenhout 2½ X 6 mm gemaakt, welke met zeer dunne nageltjes vastgezet en omgelegd worden. In het midden van de roeden boren we een gat van 10 mm voor de wiekenas. Deze as (15) is een gedraaide stalen as van 18 mm Ø. Het voorste deel is over een lengte van 80 mm afgedraaid op 10 mm, ter­wijl vooraan 2 cm schroefdraad is aan­gebracht met zeskant moer en ring.
Het achtereind 30 mm lang afgedraaid op 8 mm dikte met een bol eind. Op de plaats waar het vangwiel komt, vijlen we de as over een lengte van 50 a 60 mm vlak. Tussen de voorstijltjes van het windpeluw wordt een kogel­lager geplaatst voor de asdikte van 18 mm, welke in een ijzeren huis is be­vestigd en wel aan één kant gelijk met de zijde van het huis, terwijl het huis 3 a 4 mm dikker is dan het lager. In deze 3 a 4 mm dikke flens boren we een gat van 20 mm, zodat de as er door kan. Aan de onderkant worden twee gaten geboord, waarin schroef­draad wordt getapt voor kolomboutjes met ronde kop van 6 mm dikte. De schroeven worden van de onderzijde van het windpeluw in het huis ge­schroefd. Let goed op de lengte. Voor het achtereind geldt hetzelfde, doch nu voor een kogellager van 8 mm. De as moet 12° schuin liggen en de lagers moeten zuiver gesteld worden, zodat de as gemakkelijk kan draaien.
Nu 30 x 80 mm open laten. Voor het vangwiel maken we een rond schijfje met een V groef voor de vangdraad, verder twee 1 mm dikke vierkante ijzeren plaatjes met een 18 mm gat en 50 mm in het vierkant, waarin we op elke hoek een gaatje voor een schroefje boren en tevens een spiebaan vijlen. We maken ook een spie, die op de platte kant van de as het wiel vast­zet. Aan de uitstekende as maken we een vierkant beuken klosje van 50 X 50 mm en 70 mm lang, waarin we ruimte voor de roeden uitkepen en in het midden een gat van 10 mm boren, waarbij we de 4 nokjes gelijk met de voorkant van de voorste roede houden. Wanneer de roeden er in gezet wor­den, krijgt men een open ruimte vóór de binnenroede. We maken twee blok­jes, die we in deze ruimte leggen en aan de buitenroede bevestigen. Dan nog een ijzeren plaatje met een gat van 10 mm en een omgeslagen rand van 10 mm om de vier nokken bij el­kaar te houden. Voor de buitenroede zagen we een gedeelte af, daarna een ring aanbrengen en ’n moer opdraaien.

Het remwerk of vang

De vang voor deze molen is wel wat primitief, doch hij is goed bruikbaar. Aan één van de voeghouten is een ver­ticale balk verbonden, de z.g. ezel. met aan het ondereind een lang gat voor de pen van de vangbalk (36). De lengte bepalen we, als de verticale balk vastgezet is, want deze moet bin­nen het draaipunt blijven, opdat hij niet tegen de binnenkant van de romp kan schuren; dit geldt evenzo voor het uiteinde van de vangbalk. Om dit eind op zijn plaats te houden, maakt men aan beide zijden twee geleiders, die aan de onder- en bovenkant met elkaar en aan het voeghout zijn verbonden en die met een schoor aan de buiten­ste geleider, welke ook naar het voeg­hout loopt, zijn bevestigd.
Vlak aan het eind maken we een gat voor het binnenvangtouw, dat loopt van de vangbalk (36) tot de vangstok (24). De vangbalk is door middel van een pen in de ezel gestoken en met de pen als draaipunt vastgezet.
Ongeveer op 1/6 van de lengte van de vangbalk, te rekenen van af de ezel, wordt een gat geboord voor de pees, die om het vangwiel gelegd is; deze loopt vanaf de vangbalk over het vang­wiel en is verbonden aan het voeghout aan de andere kant van de kap.
Ook een vanghaak is nodig. Dit is een plat ijzer met een krom ondereind en een sleuf om de vang vrij te maken, zodat de molen kan draaien als de vangbalk de hoogte in gaat en in deze haak blijft hangen. Hij hangt ook aan het voeghout, desnoods met een op­vulling om aan de achterkant recht naast de vangbalk te komen, dus aan de kant van de romp. In de vangbalk is een pen gemaakt, die bij het opha­len langs de kromme kant van de haak in de sleuf terecht komt. De vangbalk moet iets schuin omhoog staan als men de draad om het vang­wiel vastzet en strak spant. Gaat de vangbalk meer omhoog, om in de haak vast te liggen, dan is de draad los en kan de molen draaien. Men kan net boven de pen een lang beugeltje over de vanghaak maken, maar wel zo lang, dat de haak geen hinder heeft bij het slingeren. Dit beugeltje dient om de vanghaak niet te ver van de vangbalk te laten komen.
De lange vangstok (24) heeft zijn draai­punt achter aan de buitenzijde van de kap. Om het binnentouw op maat te verbinden moet de vangbalk zo laag mogelijk liggen, dus op de rem of vang. De vangstok moet met het eind waar het buitenvangtouw aan verbon­den is, 10° omhoog staan. Komt de vangbalk in de haak te liggen, dan staat deze vangstok iets naar bene­den en dat is de mooiste stand.. Het ondereind van het buitenvangtouw wordt vastgezet aan de staartbalk, doch altijd los hangend.
Wil men het model nog groter maken, dan dient men het geraamte van de romp te versterken met dwarsbalkjes en kruisschoren en de heklatten moe­ten dan in vierkante gaten gestoken worden. Verder moeten we meer met pennen en gaten werken, om diverse onderdelen steviger te bevestigen.

De molen moet verder geschilderd wor­den zoals het schema aangeeft.. De koppen van spruiten en schoren bij de verbindingen worden wit; we maken ook een witte rand aan de buitenkant van het windbord. Van de koppen van de roosterhouten maken we alleen de einden wit.. Van de kruihaspel schil­deren we de askop groen, spaken wit, het lijstje boven en om de romp crème.

 

  • Dit artikel is bedoeld als inspiratie om zelf aan de slag te gaan. Het is niet per se een 1 op 1 handleiding omdat bijvoorbeeld sommige dingen niet meer leverbaar zijn, of er zijn inmiddels betere materialen of oplossingen beschikbaar.
    Zie het vooral als inspiratie en haal er de voor u bruikbare dingen uit.