125 Jaar spoorwegen in Nederland


Origineel geschreven door De redactie
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, september 17e jaargang - 1964
Originele titel: 125 jaar spoorwegen in Nederland

hb64-sep-64-3De redactie van „Hobby Bulletin” wil niet achterblijven bij de vele publicaties over het 125-jarig bestaan van de spoorwegen in ons land en een artikel wijden aan dit ongetwijfeld belangrijke jubileum. U mag van ons echter geen nauwkeurig geschiedkundig overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling van onze spoorwegen verwachten. Vele publicaties zagen reeds het licht, waarin aan de historische ontwikkeling alle recht werd gedaan, we willen er maar mee zeggen, dat u overal voor betere overzichten terecht kunt.

U weet, dat op 20 september 1839 de eerste trein begon te rijden tussen Haarlem en Amsterdam, vandaar dat we thans genoodzaakt zijn aan het jubileumvieren te slaan. Om u de waarheid te zeggen.... wat er nu allemaal in die 19e eeuw op spoorweggebied gebeurde weten wij ook niet precies: we waren er toen nog niet. We zien echter op oude prentjes, dat de stoomlocomotief alleenheersend was en de stationsvoorpleinen waren heerlijk leeg en schoon.... parkeerproblemen waren er niet.

Zeker is het ook, dat er niets sneller ging dan de trein, zodat er van concurrentie nauwelijks sprake was. Van dat feit maakten de oude spoorwegmaatschappijen dan ook braaf misbruik, totdat ze elkaar begonnen te beconcurreren. Dat was dan wel weer in het voordeel van de klant, die zich voor minder geld vlugger kon laten vervoeren, waarmee we maar weer willen zeggen, dat het goed is, dat onze goede NS vele concurrenten heeft, anders waren de overstaptijden nog langer dan ze nu al zijn...

hb64-sep-64-32

Afb. 1 - Loc 729 SS (Later serie 3700) met sneltrein (opname vóór 1920)

Wij hebben gemeend de vergelijking tussen wat vroeger was en heden is, bij 1908 te moeten laten beginnen. Immers in dat jaar begon de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-maatschappij (de ZHESM) zijn elektrische dienst tussen Rotterdam en Den Haag (met Scheveningen) en het leek ons voor onze modelbouwers wel bijzonder interessant eens een vier-wagen-trein uit die tijd te kunnen vergelijken met het nieuwste op dit gebied uit het heden.
Dank zij de hulpvaardigheid van de betrokken diensten van de NS kunnen wij voor dit jubileumnummer beschikken over unieke maatschetsen van de originele motor- en aanhangrijtuigen van de ZHESM. Van de nieuwste serie TT-treinstellen kunnen wij u eveneens een maatschets aanbieden, zodat u een moderne vier-wagen-trein kunt vergelijken met een old-timer.
Gezien de vele vragen welke ons bereikten over maatschetsen van ZHESM -materieel geloven wij, dat we een goede greep deden. In een apart artikel vertellen we u wat meer over de beide treinstellen.

hb64-sep-64-4

Afb. 2 - De romantiek was er toen nog! Loc 7001 met Haarlemmermeertreintje te Amstelveen

Terug naar het jubileum. Vele van onze lezers bewaren nog herinneringen uit de tijd na de eerste wereldoorlog. Wie herinnert zich niet de geluiden van de Nederlandse stoomlocomotieven? Wie kan zich niet de geuren op een vroeger station „in de neus” halen? Uit onze jeugd herinneren wij ons nog zo goed, hoe wij ons verheugden op een lange rit met de sneltrein naar Groningen. Zo’n prachtige 3700 er voor en reken maar dat het hard ging! Het foto-archief van de NS kon ons nog een heel oude foto leveren uit de glorietijd van de stoom. Wij menen er u een groot plezier mee te doen. Afb. 1 toont u de SS-loc 728 (later na de fusie 3728) met een sneltrein op weg van Groningen naar „het westen”. Fraai gepoetst is het koper, glimmend de ketel. Kijken we op een spoorwegkaart van 1929, dan wrijven we van verbazing onze ogen uit! Hoe dicht was het net, hoeveel plaatsen bereikbaar per spoor. Utrecht-Zeist: dubbel spoor. Tramlijn door Zuid-Beveland: 2-assige motorrijtuigen. Amersfoort-Kesteren: in vol bedrijf. Zwolle-Apeldoorn-Dieren: toen nog reizigersverkeer. Zoutkamp en ter Apel, Bergen en Egmond aan Zee, Wageningen en Gennep per spoor bereikbaar. In vele gevallen onvervalste romantiek. Mag het spoorwegbedrijf dan ook al een onverzadigbare opbreekwoede tentoonspreiden: de foto’s zijn nauwlettend gespaard. Afb. 2 laat u een „Haarlemmermeertje” zien te Amstelveen. Tijden lang is ons nationeel spoorwegbedrijf bezeten geweest van het idee, alleen hoofdlijnen te exploiteren. Zonder twijfel als hoofdmotief aanvaardbaar in het juiste licht van die tijd.

De regering wenste een sluitende begroting: de concentratie van de belangstelling op de hoofdlijnen leidde al spoedig tot een onrendabele zijlijn en hup.... daar ging er weer een.

In het algemeen had de streek geen stem in het kapittel. Aalsmeer, Epe. de Langstraat, Gennep, dat alles verdween uit het spoorboekje. Nog reden vele trams, die voor enig redelijk vervoer konden zorgen, maar och arme, ons nationale spoorwegbedrijf verzamelde steeds meer dochters om zich heen en daarmede verdrong de bus het railverkeer. Voor ons is het altijd nog een raadsel, dat die bus het heeft kunnen winnen. Het troetelkind van elke tramliefhebber werd „dochter” en elke tramvriend in binnen- en buitenland zit in zorg over zijn RTM. Ondanks de overbelasting op de weg, ondanks het mooie materieel, zal ook deze dochter waarschijnlijk buspatiënt worden.

Afb. 3 - Na-oorlogse dagen! Loc 1718 voor ex-ZHESM rijtuigen

Afb. 3 - Na-oorlogse dagen! Loc 1718 voor ex-ZHESM rijtuigen

Zo verdween zoveel wat in deze tijd van verkeerschaos van groot nut had kunnen zijn en we moeten de Blauwe Engeltjes wel dankbaar zijn, dat ze niet al te laat kwamen om te bewijzen, dat met modern materieel ook een onrendabele zijlijn rendabel kan worden. Was die modernisering voor de tweede wereldoorlog reeds ingezet, na de oorlog had het totaal leeggeplunderde bedrijf een unieke kans om een modern bedrijf op zakelijke grondslag op te bouwen. Aanvankelijk behielp men zich met geleende en gerepareerde locomotieven en bijelkaar geraapt materieel, waarvan onze afbeelding 3 wel een mooi voorbeeld is. Hier ziet u dan het ZHESM-materieel getrokken door een roemruchte 1700 als mooie herinnering aan die na-oorlogse behelp tijd.

De kansen zijn goed aangegrepen. Met grote energie en visie werd een „starre” dienstregeling in elkaar gezet; de stoomlocomotief werd vervangen door elektrische tractie en de diesel, stations werden verbeterd en de goederendienst gemoderniseerd. Terecht werd onze NS het paradepaard van alle buitenlandse spoorwegen, immers de NS reed nog slechts met elektrische- of dieselelektrische tractie en maakte zowaar winst. We reden zelfs met stoptreintjes enorm hard en hadden een systeem in het wagenladingen- en stukgoedverkeer, dat iedere buitenlander jaloers maakte.

Zo zitten we dan in het heden met nog slechts 3245,2 km netlengte. Met 107 elektrische- en 538 diesellocomo-tieven (locomotoren meegerekend) en 490 rijtuigen voor getrokken treinen, 166 twee-wagen treinen, 15 drie-wagen treinen, 160 vier-wagen treinen en 19 vijf-wagen treinen, alles vol-elektrisch. Bij de diesels zijn er 30 eentjes, 46 tweetjes en 43 drietjes. Er zijn nog 14 vijfjes te vormen en 8874 gesloten goederenwagens, 9119 open wagens en 3018 speciale wagens. Er is natuurlijk nog meer, maar dit is wel het belangrijkste.
28.500 spoormannen en vrouwen geven hun beste krachten aan het bedrijf en zullen dat in de toekomst ook zeker blijven doen.

hb64-sep-64-5

Een verbeterde versie van deze afbeelding is hier te vinden.

Die toekomst.... wat zal die brengen? Het is wel zeker, dat de taak voor ons nationale spoorwegbedrijf steeds belangrijker zal worden. De aanhoudende welvaart met als bijverschijnsel de enorme motorisering stelt ons land voor onoplosbare problemen. Het is een fictie te geloven, dat een of ander wegenplan — hoe dan ook gefinancierd — in staat zal zijn de chaos te vermijden. Die chaos is er al en zal nog verder toenemen. Slechts een goed geleid nationaal spoorwegbedrijf zoals onze NS zal uitkomst in die chaos kunnen bieden door zijn grote capaciteit op een kleine oppervlakte. De spoorwegen zullen diep in de steden moeten kunnen doordringen met vele halteplaatsen bij de woongebieden. Nieuwe lijnen zullen moeten worden aangelegd, zo mogelijk met een financiering door de overheid. Slechts dan zullen de reizigers zich weer tot de trein wenden. Het zware goederenverkeer hoort niet meer op de weg. Wie de enorme weggiganten over de smalle wegen ziet kruipen vraagt zich wel eens verbijsterd af of dit een juiste vervoerstechniek is.

Hoe het ook zij: het besef bij ieder gaat doorbreken, dat de NS een veel belangrijker taak zal worden toegewezen dan thans. De tijd is lang voorbij, dat enkele dwazen (in de autobranche) in alle ernst voorstelden de spoor, banen op te breken en op het baan-lichaam wegen aan te leggen. Zoiets speelt nu weer in Engeland. Dat zal nu niemand in ons land meer voorstellen. Het is een niet te onderschatten verdienste van ons spoorwegbedrijf, dat het zich een sleutelpositie in de Nederlandse economie en volkshuishouding heeft weten te veroveren ,en wij geloven dan ook, dat de Nederlandse Spoorwegen in de toekomst weer ten volle voor haar taak berekend zal blijven.
De veiligheid, altijd terecht een paradepaard van de spoorwegen, zal door het invoeren van de meest moderne beveiligingssystemen nog verder vervolmaakt worden. Wil men bij blijven, dan zullen stations en materieel verder vernieuwd moeten worden. De weg zal alle aandacht vragen. Nieuwe emplacementen zullen moeten worden voorbereid en de elektronica zal op vele gebieden moeten worden toegepast.

Wij wensen onze Nederlandse Spoorwegen esen prettig jubileum toe en een gouden toekomst.

DE REDACTIE