NS loc 1200 serie (deel2)


Origineel geschreven door M. Heringa
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, januari 12e jaargang - 1960
Originele titel: Bouwbeschrijving NS loc serie 1200

hb-jan1960-1200In vervolg op het artikel in het decembernummer zal nu de constructie van de bovenbouw werden beschreven. Ook hier zal, in verband met de nogal ingewikkelde vorm van deze bovenbouw, rustig lezen en herlezen van de verschillende bewerkingsmethoden in vele gevallen nodig blijken.

Als eerste onderdeel de beugel waar de motor in hangt en waar zich tevens de draaipunten van de draaistellen in bevinden. Deze beugel kon wegens plaatsgebrek niet op de vorige tekening werden opgenomen. De beugel is gezet uit 1 mm messingplaat. Na het omzetten volgt het boren van de gaten, ook de beide gaten van 7mm Ø in de opstaande zijden, hier komen de aandrijfassen doorheen.

De vier, op de uiteinden gesoldeerde plaatjes dienen voor bevestiging van onderstel en bovenbouw aan elkaar, in de wagenbak. De wagenbak zelf wordt van de tekening af vervaardigd door de niet aangegeven maten op te meten en voor schaal HO door twee te delen.
Het ontbreken van de maten die u juist nodig zou kunnen hebben, is niet het gevolg van gemakzucht, maar omdat het ondoenlijk is bij de gecompliceerde vorm van deze loc. de zijwanden, dak en neusplaten afzonderlijk te tekenen, of alle maten en bogen aan te geven.
De hier toegepaste bouwwijze is de opbouw-methode, b.v. een bepaald onderdeel wordt gemaakt. Het tweede deel wat hierop moet aansluiten wordt iets groter gehouden, de beide onderdelen worden samengevoegd en dan pas volgt het afwerken en in vorm brengen volgens de tekening.

hb-jan1960-1200(4)

De wagenbak van het model is vervaardigd van messing of zinkplaat, 0,8mm dik. We starten met het maken van de zijwanden. Rechts op het zijaanzicht is door middel van een streeplijn de begrenzing aangegeven van deze zijwanden. Voordat de ramen en andere openingen uitgezaagd werden, moet eerst de zijwand over de gehele lengte zo scherp mogelijk gebogen werden, volgens de schuinte welke van het vooraanzicht af te lezen is.
Het verdient aanbeveling de buitenkant een weinig af te vijlen, zodat een scherpe buiglijn ontstaat. Dan volgt het uitzagen van alle openingen. De ventilatieopeningen met gaas, welke zich naast de deuren bevinden, zijn voorzien van een raamlijst, welk effect wij bereiken door eerst een dun plaatje blik of messing met de buitenmaten van de raamlijst, te solderen cp de uit te zagen plaats. Dan pas wordt de opening uitgezaagd. Daarna alle openingen naar binnen schuin wegvijlen zodat het idee van zeer dunne raamlijsten wordt verkregen.

De deuropening zaagt u uit volgens de lijn die buiten de gestippelde lijn, op de tekening ligt. De stippeltjes stellen klinknagels voor. die u voor schaal HO zonder bezwaar kunt weglaten. Vervolgens worden de deurtjes ruw uitgezaagd en wel ca. 4 mm breder dan de deuropening. Het gedeelte van de deur dat boven de buiglijn van de zijwand ligt moet zodanig op breedte word'n gevijld dat dit juist in de deuropening past. Het bovenste deel van het deurtje steekt dan boven de genoemde buiglijn iets buiten de loc. uit, terwijl het onderste gedeelte juist iets naar binnen ligt. Aan de achterzijde wordt het deurtje vastgesoldeerd, waarna het deurraampje kan worden uitgezaagd en afgewerkt. De kruk maakt u van 0.5 mm stukje koperdraad wat eenvoudig op de deur wordt gesoldeerd.

hb-jan1960-1200(3)Het gaas achter de eerder genoemde ventilatieopeningen werd gemaakt van zgn. anodeplaten uit defecte radiobuizen (Type ECH21 etc.) Natuurlijk kunt u hiervoor ook iets anders gebruiken. Echter moeten de stukjes gaas, voordat ze achter de openingen worden gesoldeerd, werden voorzien van kleine schuine kantjes, die juist moeten passen in de schuin naar binnen gevijlde openingen. Hierdoor wekt men dè indruk dat de mate-riaaldikte zeer gering is. De voorkant van het gaas ligt dan praktisch gelijk met de buitenkant van de zijwand. Slechts het dunne raamlijstje ligt dan buiten de zijwand.

De handgrepen langs de deuren werden gemaakt van 0,5mm hardgetrokken messingdraad, aan de bovenkant in een van te voren geboord gaatje in de zijwand gestoken en aan de achterkant vastgesoldeerd. Aan de onderzijde worden ze tweemaal haaks omgebogen en eveneens aan de achterzijde vastgesoldeerd.
De hierin liggende treden kunt u voor HO laten vervallen. De aan de bovenzijde onsymmetrisch liggende ventilatie-openingen werden pas aangebracht nadat de zijwanden aan het dak zijn gesoldeerd.

Wanneer we nu het bovenaanzicht bekijken blijkt dat de zijwand ook nog volgens een verticale lijn moet worden gebogen. Deze lijn ligt tussen de deur en de reeds aangebrachte ventilatieopeningen. Daar de zijwand reeds volgens een horizontale lijn is gebogen, zou het verticale buigen moeilijkheden kunnen geven. Dit kunt u omzeilen door de verticale buiglijn tot aan de hor. buiglijn in het schuine gedeelte van de zijwand met een figuurzaagje in te zagen.

Het nummerembleem kan later worden aangebracht. Wanneer nu beide zijwanden zover gereed zijn, kunnen we aan het dak beginnen. Dit wordt ook weer geheel uit messing-of zinkplaat vervaardigd en voorlopig iets langer gehouden dan de benodigde lengte. Verder wordt het ever de gehele lengte in een flauwe V-vorm gebogen volgens het vcoraanzicht. Nu op breedte maken, zodanig dat het tussen de zijwanden (precies volgens de juiste breedtemaat der locomotief) past. De uiteinden zullen dan ook iets taps komen te lopen (zie bovenaanzicht). Hierbij moet u vooral goed letten dat de vouw van het dak in het midden komt te lopen! Het solderen van het dak aan de zijwanden moet van binnenuit gebeuren, waarbij u rijkelijk het tin laat lopen. Dit heeft het voordeel dat u nu rustig de overgang van dak op zijwand aan de buitenkant de benodigde afronding kunt geven, waarbij dan toch nog, door het tin, voldoende sterkte overblijft.

hb-jan1960-1200-2

Vervolgens wordt het dak op de juiste lengte gebracht, waarbij er op gelet moet worden dat ieder einde een flauwe tapse vorm krijgt (zie rechter gedeelte van het bovenaanzicht). Het schuine plaatje, waarin de beide „cock-pit”-raampjes zitten, wordt zodanig op maat afgewerkt, dat het juist tussen de zijwanden en onder het dak past. Eveneens aan de binnenzijde solderen met rijkelijk soldeertin en daarna de hoeken aan de buitenzijde af ronden. Op dezelfde wijze volgt nu de bovenkant van de neus. Ook dit gedeelte wordt, evenals het dak, in een flauwe V.vorm gebogen (zie vooraanzicht). Het beste kunt u de voorkant weer iets langer houden en deze pas op maat vijlen na het solderen tussen de zijwanden. Denk er vooral aan dat de juiste maat hier de materiaaldikte kleiner moet worden genomen, daar de voorkant van de neus er buiten tegenaan wordt gesoldeerd. Voordat dit laatste gebeurt, moet eerst deze voorkant In de juiste vorm gebogen worden (zie bovenaanzicht). Dan de beide zijkanten zover wegvijlen totdat deze precies tegen de zijkanten van de loc. komen te liggen (volgens de gestippelde verticale lijn in het zijaanzicht).

Als nu de onderkant ook nog haaks is gevijld, kan de voorkant aan het geheel vastgesoldeerd werden. De uitstekende bovenzijde kan daarna gelijk met de bovenkant der neus worden afgewerkt en de scherpe hoek worden afgerond volgens tekening. De „voordeur” gaan we vervolgens uitzagen en daarachter een plaatje solderen. De ventilatieopeningen kunt u eventueel weglaten of later er op schilderen.

Emblemen

Het embleem op de deur, evenals de beide nummerplaten op de zijwanden, moet u uitzagen uit geëtste aluminium plaatjes, die verkrijgbaar zijn bij M.V. Modelspoorwegen, Zeestraat 65e, ’s-Gravenhage. De gewenste modelschaal opgeven! Voor iedere locomotief hebt u minstens twee plaatjes nodig. Behalve de emblemen voor onze 1200, staan er ook nog in geëtst die voor de locomotieven van de 1100- en 1300-serie.
Voordat u echter de betreffende embleempjes gaat uitzagen, moet u eerst de achterkant vertinnen. Dit is een lastig karweitje, omdat het hier aluminium betreft. Door schrijver dezes zijn goede resultaten verkregen met een goed vertinde bout en kaarsvet als vloeimiddel. Steeds de punt van de soldeerbout over het aluminium heen en weer strijken.

Bufferbalk

De bufferbalk maken we van een massief stukje messing, dat we een doorsnede geven zoals afgebeeld in het zijaanzicht. Verder wordt er aan dit balkje aan de binnenzijde zoveel materiaal weggehaald als redelijk mogelijk is. Tevens wordt aan de bovenzijde een uitsparing gemaakt voor een plaatje dat het treeplankje voorstelt.

Koplampen en sluitlichten

Na het solderen van de bufferbalk aan het geheel, kunnen we de openingen aanbrengen voor de lampjes. Voor de sluitlichten Ø 3 en voor de koplampen gaatjes van Ø 4. Zorg er voor dat de gaatjes in de lengterichting van de loc. worden geboord. Hierin worden stukjes Nemec messing buis gesoldeerd volgens de detailtekening. Alleen worden bij een sluitlicht eerst twee buisjes in elkaar gesoldeerd, nadat u het dikste buisje aan de voorzijde hebt afgeschuind i.v.m. de rondlopende vorm van de neusvoorkant. De sluitlichten worden gelijk met deze voorkant afgevijld. Bij de koplampen blijft echter een klein randje staan. Bij dit alles wordt de indruk gewekt dat de rode sluitlichten wel heel kleine lampjes moeten zijn, terwijl ze in feite even groot zijn als de koplampen. Wanneer de lampjes er ingezet worden, is het gewenst de buisjes aan de binnenzijde van de loc. iets in te knijpen, zodat de lampjes in de buisjes geklemd komen te zitten.

CLOSE-UP VAN HET INTERIEUR. Men, ziet hier tevens details van de hoog-fre-quent treinverlichting. In het artikel over de elektrische installatie komt dat eveneens ter sprake.

CLOSE-UP VAN HET INTERIEUR.
Men, ziet hier tevens details van de hoog-fre-quent treinverlichting. In het artikel over de elektrische installatie komt dat eveneens ter sprake.

Buffers, e.a. toebehoren, aan de bufferbalk

De handgrepen naast de "voordeur" worden nu aangebracht, alsmede de buffers. De buffers zelf bestaan ieder uit twee delen, die afzonderlijk worden gedraaid. De draaimaten van die gedeelten, die later rechthoekig worden afgevijld, zijn op de tekening gestippeld aangegeven. De trapjes bij de buffers worden aan de bufferbalk vastgesoldeerd. Beter kunt u hiermede wachten totdat de locomotiefbak bijna klaar is, daar deze trapjes nogal op een-kwetsbare plaats zitten. Dit geldt ook voou de bijbehorende handgrepen. Desnoods kun u deze ook laten vervallen.

Dak met toebehoren

We zijn nu aan het dak met toebehoren gekomen. We beginnen met de koelopeningen. die zich juist in de overgang tussen dak en zijwand bevinden. De breedte, schuin gemeten, is 3 mm (voor HO). De openingen, die onsymmetrisch liggen, werden over de gehele lengte uitgezaagd. De achterkanten worden weer schuin weggevijld, het gaas voorgebogen en achter de openingen gesoldeerd. Zorg ervoor dat het gaas niet volloopt met soldeer! Ook hier ligt het gaas dan zeer weinig achter het buitenoppervlak. In werkelijkheid liggen de 4 verticale sponningen, achter het gaas, zoals ook de tekening aangeeft. In ver. band met onjuiste schaalverhoudingen van het gaas kunnen we deze beter boven op het gaas solderen, zoals ook op de foto is te zien. We nemen dan hiervoor zeer dun plaatmateriaal.

De drie ventilatiekappen boven op het dak worden voorzien van een vouw met dezelfde hoek als die van het dak. en vervolgens op de juiste maten afgewerkt. Denk eraan dat de twee buitenste, waar de stroomafnemers op worden bevestigd, niet even lang zijn! Onder ieder van deze platen komt nu een plaatje te zitten, waarvan de buitenkanten juist 0,5mm binnen de eerstgenoemde komen te liggen. De middelste wordt van metaal gemaakt, maar de twee buitenste van pertinax en lijmen deze tegen de bijbehorende metalen plaatjes. Dit heeft het voordeel dat de stroomafnemer gemakkelijk t.o.v. het dak te isoleren is.

Wij adviseren u de middelste kap, die dus geheel van metaal is, niet op het dak vast te solderen, maar met een paar kleine klinknageltjes onzichtbaar vast te klinken. Dit vanwege het grote, te solderen, oppervlak, waardoor het één met het ander weer zou loslaten. De twee buitenste kappen worden tegelijk met de stroomafnemers m.b.v. één schroefje M2 op het dak bevestigd. Het gaatje in het dak hiervoor wordt iets groter geboord, bv. 3mm. D.m.v. een klein stukje isolatiekous, op het schroefje geschoven, en een klein geïsoleerd ringetje aan de binnen, zijde der loc. kan dan de stroomafnemer geheel geïsoleerd t.o.v. het dak worden vastgeschroefd.

Stroomafnemers

De stroomafnemer, of ook wel pantograaf genoemd, is een van de moeilijkste te maken onderdelen van deze locomotief. Dit is bijna horlogemakerswerk. Voor diegenen onder u, die tegen het maken hiervan opzien. kunnen we mededelen dat bij de reeds eerder genoemde firma M.V. Modelspoorwegen. prachtige, nauwkeurig op schaal 1:87 en volledig gedetailleerde stroomafnemers verkrijgbaar zijn. De prijs is ongeveer ƒ 8,— per stuk. Voor degenen onder u die ze liever zelf willen gaan maken, volgen hieronder nog enige tips. Het montagestuk, waar de gehele stroomafnemer op gemonteerd wordt, is op de tekening afzonderlijk weergegeven. Het beste kunt u het middelste gedeelte met de vier nokken uit één stuk vervaardigen. De twee zijkanten worden dan later aan deze nokken vastgesoldeerd (’t liefst met zilver). De vier onderste stangen zijn van plaatmessing 0,5mm dik. De vier bovenste stangen bestaan 2 aan 2 uit U-vormig gebogen stukjes verenstaaldraad van 0,5mm dikte. Onder aan de U-vorm en in het verlengde van de opstaan, de benen worden kleine plaatjes dun blik gesoldeerd (zie zijaanzicht). Deze plaatjes moeten de scharnierpunten vormen voor het bovenste scharnier.
De beide uiteinden van het spiraalveertje (dat om het scharnierasje van het bovenste scharnier ligt) moeten met enige spanning tegen de 2 aan weerszijden naar beneden lopende U-vormpjes komen te liggen. Verder wordt dit veertje in het midden van het asje (op een punt) vastgesoldeerd, terwijl het asje op zijn beurt met de uiteinden wordt gesoldeerd aan het zgn. glijstuk van de stroomafnemers. Hierdoor zal dit glijstuk altijd in horizontale stand willen blijven staan ondanks het op en neer veren van de gehele stroomafnemer.

De overige constructie, o.a. die van de zgn. evenaar levert geen moeilijkheden op.

Inbouw

De bevestiging van het onderstel in de wagenbak is zeer eenvoudig, nl. met 4 M2 schroefjes. Hiertoe dienen o.a. de op de uiteinden van de beugel (waarin de motor hangt), opgesoldeerde plaatjes. Anderzijds worden in de locomotiefbak 4 messing hoekstukjes 4x4x1 en ca. 6 mm lang gesoldeerd. De juiste plaats kunt u het beste zelf even bepalen. In deze hoekstukjes worden 4 gaatjes Ø 1,6mm geboord en M2 getapt overeenkomstig de 4 gaatjes in voornoemd ophangbeugel.

Koppeling

De koppeling is niet op de tekening aangegeven, daar deze afhankelijk is van de door u eventueel gebruikte fabriekskoppeling. Wel adviseren wij u de koppeling vast te maken aan het draaistel. U kunt hiervoor benutten ie twee gaatjes met schroefdraad Ml,4 in pos. 13. In het vooraanzicht van de samenstelling zijn deze niet getekend.

Bij het in dit nummer besproken model zijn de (Marklin) koppelingen geïsoleerd bevestigd aan de draaistellen. De bedoeling hiervan zullen we u in een volgend artikel uiteenzetten. In dit artikel zal de gehele elektrische schakeling worden besproken.

Dit vervolgartikel zal ik hier niet plaatsen. Dit is technisch volledig achterhaald en niet bruikbaar meer

Kleur

De zijkanten der draaistellen werden eerst chemisch zwart geëtst in een oplossing van kopercarbonaat in ammoniak (1 op 6). Hiervoor moet alle overtollige soldeertin verwijderd worden en het geheel zeer goed worden ontvet. Hierna werden de draaistellen nog eens zwart over gespoten (dof). De gehele wagenbak wordt blauw gespoten (behalve de stroomafnemers; deze worden dofzwart). Bij diverse modelspoorwegbouwfirma’s zijn potjes lak in de juiste kleur verkrijgbaar. Meestal is deze lak nogal glanzend. Dit kunt u voorkomen door wanneer de lak bijna droog is, er wat talkpoeder tegenaan te blazen. Dit is beter dan de lak vooraf met dit poeder te mengen.

Het onderste gedeelte van de bufferbalk wordt rood, de buffers dofzwart geschilderd. Voor dit laatste voldoet het zogenaamde schoolbordenzwart voldoende. De sierbanden worden geel geschilderd na het aanbrengen van Sellotape plakband. Het V-vormig gedeelte aan de kopzijde moet u met de hand aanbrengen.
Wanneer het schilderwerk goed droog is, kunnen we de ramen aanbrengen. Deze zijn van cellon en worden met behulp van Valma vloeibare pakking aan de binnenzijde vastgeplakt. Valma tast namelijk de verf niet aan.
Overigens raden wij u aan de originele locomotief eens te gaan bekijken, wanneer e.e.a. voor u niet duidelijk genoeg mocht zijn getekend of beschreven.

  • Dit artikel is bedoeld als inspiratie om zelf aan de slag te gaan. Het is niet per se een 1 op 1 handleiding omdat bijvoorbeeld sommige dingen niet meer leverbaar zijn, of er zijn inmiddels betere materialen of oplossingen beschikbaar.
    Zie het vooral als inspiratie en haal er de voor u bruikbare dingen uit.