Overwegingen bij de aanleg van een modelspoorbaan


Origineel geschreven door L vd Hoeven
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, juni 17e jaargang - 1965
Originele titel: Memoires van een treintjesgek

intro

Station met heuvellandschap

Station met heuvellandschap

(Vervolg uit HB maart '65)

Het is nu ruim twaalf jaar geleden dat ik aan mijn spoorbaan begon. Ik wist nauwelijks iets van gelijk- of wisselstroom en vond „relais” maar een moeilijk woord, wist van de toepassing nauwelijks iets af. Kom ook nu nog niet bij mij met ingewikkelde vragen over ohm of ampère! En toch ga ik het wagen, u enkele tips te geven, met het risico dat u glimlachend de schouders ophaalt. Maar, laat ik ze dan mogen geven aan hen, die met het vorige sinterklaasfeest aan z’n zoon een ovaaltje heeft gegeven en er zelf nu ook goed plezier in gaat krijgen. Als u het leuk vindt, dat uw zoon er ook z’n genoegen aan blijft beleven, doe het dan samen met hem. Zeg vooral niet te dikwijls, dat hij er nog te klein voor is. Laat hem ook eens een beslissing nemen. Toen mijn zoon vier jaar oud was, zijn we er eigenlijk samen goed aan begonnen. Hij is niet zo fanatiek als z’n vader, en dat is misschien maar gelukkig ook. Hij zit niet tot diep in de nacht aan een schachtbok te knutselen.
Hij is nog zo verstandig met mooi weer liever buiten te gaan spelen, terwijl z’n vader in de kelder zuchtend een oorzaak van kortsluiting staat op te zoeken.

Goed: stel, u hebt ergens de ruimte gevonden, om een vaste of wegneembare tafel voor uw baan te zetten. Er zijn gelukkig altijd nog vrouwen die — als het even kan — er in toestemmen, dat vader (of vader en zoon(s)) een hele kamer, een stuk ervan of een zolder of kelder in beslag nemen voor hun hobby. Waar vind je nog enorme zolders en dito kelders?
Uw baan. U wilt en kunt dus uw ovaaltje uitbreiden en op een tafel bevestigen. Telkens dat in- en uit elkaar halen van de rails, dat bukken en de kans van ergens op trappen, bent u zat. Maar: let op! Dan kunt u niet meer de éne keer een baantje zus en de andere keer een baantje zó neerleggen! De mogelijkheid van variatie neemt u dan definitief weg. Dus: ook al hebt u de tafel al gemaakt, leg de rails nog niet definitief vast. Maak telkens, als u een leuke baan hebt uitgelegd, een eenvoudig schetsje met een aanduiding voor wissels, een helling, een berg, een tunnel, ook al bestond er in werkelijkheid nog helemaal geen tunnel en was die berg er alleen nog maar in uw verbeelding! Bedenk: als het ovaaltje inmiddels aangevuld is met een 10 of 15 meters rails en b.v. vier wissels, dan kunt u al veel kanten op. Misschien is er een mogelijkheid om later de baan nog verder uit te breiden? Prachtig, maar leg uw plannen dan nu vast op papier.

Mijnemplacement

Mijnemplacement

Het kan zijn dat u genoeg vreugde beleeft aan het telkens neerleggen van een andere baan. Waarom ook niet? Als uw fantasie groot genoeg is, kunt u treinen op tijd laten vertrekken, rangeren enz. enz. zonder dat er één huisje of boompje op uw tafel staat! Volgens dienstregeling rijden, daar hebt u heus de handen vol aan, vooral, als er eens iets mis gaat en de dienstregeling toch zo goed mogelijk moet worden gehandhaafd!

Een andere mogelijkheid is, dat u alleen maar belangstelling hebt voor ’t technische gedeelte van uw hobby. Nou, dan kunt u vooruit! Wat voor mogelijkheden zijn er niet met schakelingen van wissels en seinen, met speciale relais, met oponthoud-relais, verlichting van de trein, onafhankelijk van de rijstroom, enz. enz.
De boekjes van de „Muiderkring” zullen u bij de opbouw van uw baan verder op elk terrein de beginselen van de spoorwegmodelbouw bijbrengen.

Rangeert u graag? Leg het emplacement met de grootste zorg aan. Maak verschillende zijsporen, die u stroomloos kunt zetten d.m.v. een eenvoudige schakelaar, waarop u uw locs kunt wegzetten. Controleer of al uw wissels perfect functioneren, want ontsporingen zijn altijd onaangenaam, maar voor een echte rangeerder wel in ’t bijzonder. Rangeren, echt rangeren zoals in het echte bedrijf is een interessante bezigheid. U wilt een rangeerheuvel? Dat kan, vooral tegenwoordig met de puntgelagerde goederenwagens en vóór-ontkoppeling.
Maar, zo’n heuvel vraagt wel veel ruimte en is alleen mooi, als u de geheuvelde wagens door een wisselstraat in een groot aantal sporen kunt laten lopen, zoals bij het grootbedrijf.

Echt of niet?

Echt of niet?

Is uw ruimte nogal beperkt, maak dan liever geen heuvel. Bedenk: alleen bij zéér grote emplacementen zijn heuvels. Hebt u dus geen ruimte voor b.v. 8 of 10 sporen achter de heuvel, begin er dan liever niet aan. Juist het imiteren van het wat primitieve rangeren op een klein stationnetje heeft een grote bekoring.

Naar mijn smaak is landschapsstoffering toch wel bijzonder dankbaar. Let u eens op: als u de smaak eenmaal goed te pakken hebt, zult u aan het zélf maken van de huisjes, stations, fabrieken (of fabriekjes), heuvels, bergen, tunnels enz. enz. minstens even veel plezier gaan beleven als aan het laten rijden van de trein. Zeg nu niet direkt: dat kan ik niet en daar heb ik geen tijd en geen geld voor. Als u werkelijk iets wilt, dan kunt u het ook! (Als iemand mij vijftien jaar geleden voorspeld zou hebben, dat ik nog eens een heel mijngebied op een spoorbaan zou bouwen, zou ik naar mijn voorhoofd hebben gewezen!)