Maattekening Hondekop Plan Q


Origineel geschreven door H. F. Enter
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, januari 15e jaargang - 1963
Originele titel: Plan Q: het nieuwste materieel van de N.S.

hondekop-plan-QGestadig gaat ons nationale spoorwegbedrijf door zijn materieel te vernieuwen en te moderniseren. Plan Q, de elektrische tweewagentrein rolt momenteel de fabriek uit en de baan op. U moet deze stellen zien als een voortzetting van de bekende „honde-koppen”. Het zijn de eerste twee-wagenstellen met de bekende tochtvrije boven-schuif-raampjes. Het zullen ook de laatste stellen van de „hondekoppen” zijn; in de toekomst komt materieel type TT (no. 501) aan bod.

Evenals de voorgangers: schitterende treinstellen met prima rijkwaliteiten. Het twee-rijtuigtreinstel is samengesteld uit één tweede klasse en één eerste/tweede klasse rijtuig. Deze twee rijtuigen rusten elk op twee twee-assige draaistellen; de kopdraaistellen zijn motordraaistellen, de middelste zijn loopdraaistellen. Tussen beide rijtuigen is een vouwbalg met overgangsbrug aangebracht.
Het treinstel is in stroomlijnvorm gebouwd met aan elk eind ’n stuurstand. Het gewicht van het twee rijtuigtreinstel in dienstvaardige toestand is 110 ton; de lengte, gemeten over de automatische koppelingen,bedraagt 51,12 m.

Aantal zitplaatsen le klasse bedraagt . . 24
Staanplaatsen le klasse . . . . . . . . . 20
Zitplaatsen 2e klasse . . . . . . . . . . 96
Staanplaatsen 2e klasse . . . . . . . . . 40
_____________________________________________+
Totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . 180

De rijtuigbakken zijn vervaardigd uit staal (St 37) en geheel elektrisch gelast. Het geraamte bestaat voor een groot gedeelte uit U-profielen en geconstrueerde liggers en is voorzien van een over de gehele lengte doorlopende gegolfde stalen vloer. Ook de draaistellen zijn van staal en geheel elektrisch gelast.
Een versterkte kop verzekert de machinist ’n goede bescherming bij ongevallen.De buitenschuifdeuren., portieren en verwarmingskanalen in het rijtuig en een aantal delen van het interieur zijn uit lichtmetaal vervaardigd.

De ramen bestaan uit twee gedeelten; het ondergedeelte is vast en uitgevoerd met een dubbele ruit, met tussen de ruiten een luchtruimte; het bovenste gedeelte heeft twee schuifraampjes van zonwerend glas, die in een bepaalde stand tochtvrije ventilatie geven.
Elke motorwielas wordt via een tandwieloverbrenging (1 : 2,59), bestaande uit een rondsel en een verend tandwiel, gedreven door een in tramophanging gemonteerde tractiemotor met een continuvermogen van 210 pk bij 675 V, in zwakveldschakeling.

De maximum snelheid van het treinstel bedraagt 140 km/h; bij het aanzetten van stilstand af wordt op een recht horizontaal spoor, onder gebruikmaking van het volle vermogen, in ongeveer drie minuten een snelheid van 120 km/h bereikt. De treinstellen zijn voorzien van een tweeleidingrem, waarmede trapsgewijze remmen en lossen mogelijk is; de rem is onuitputtelijk. Bovendien is een hogedruk reminrichting aangebracht, die het mogelijk maakt bij snelremmingen bij snelheden, gelegen boven een bepaalde waarde (ongev. 45 km/h) de druk in de remcilinder te verhogen tot boven de normale hoogste waarde, waardoor een grotere remkracht en derhalve ook een kortere remweg wordt verkregen.
De remwerking wordt verkregen door op de wielbanden werkende remblokken. In de stuurstanden bevinden zich de bedieningskrukken en de aanwijs-controle-instrumenten.

De stuurstandverwarming wordt verkregen door vier hoogspanningskachels (totaal 3 kW), terwijl bovendien voor de voetverwarming een straalkachel (laagspanning 0,5 kW) is aangebracht.
De middelste stuurstandruit is voorzien van een pneumatische ruitenwisser en een elektrische ruitverwarmer, de ruiten aan weerszijden daarvan van een handruitenwisser en een elektrische ruitverwarmer.
De controller heeft vijf rijstanden, nl.: een rangeerweerstand (per motorinstallatie alle vier motoren in serie met alle weerstanden voorgeschakeld), een serie-sterkveldstand (per motorinstallatie alle vier motoren in serie), een serie-zwakveldstand, een parallel-sterkveldstand (per motorinstallatie twee parallele takken van twee in serie geschakelde motoren) en een parallel-zwakveldstand.
Bij de laatste twee standen blijven de twee tractiemotoren van één draaistel steeds in serie geschakeld.
De controller is voorzien van een mechanische dodemansinrichting, die bij werking de tractie-installatie uitschakelt en de rem in werking doet treden.
Om de schadelijke gevolgen van het doorslaan van een motorwielas te voorkomen, is een slipbeveiliging aangebracht. Bij het slippen van een motorwielas wordt automatisch de betrokken tractieinstallatie uitgeschakeld en gaat in de stuurstand de betrokken meldlamp branden.

Voor het koppelen zijn de treinen uitgerust met een automatische centrale koppeling, waardoor bij eenvoudig tegen elkander rijden gelijktijdig zowel de mechanische koppeling, als de koppeling van de luchtleidingen en de doorgaande elektrische stuurstroomleidingen tot stand wordt gebracht.
Onder elk der beide middenrij tuigen bevinden zich een 15 kW motorgenerator, een compressor en een batterij van 100 V, 100 Ah. De motorgeneratoren leveren gelijkstroom nodig voor de stuurstroom, de verlichting, verschillende hulptoestellen, apparatuur van de keuken, en voor lading van de batterij.

De verlichting van de rijtuigen is uitgevoerd als buisverlichting, met voeding door 220 V wisselstroom, 100 Hz. Deze stroom wordt geleverd door een 3 kVA-centrifugaalomvormer, die de 100 V gelijkstroom van de motorgenerator of batterij omzet in 220 V wisselstroom.

De bediening van de verlichting van een geheel treinstel geschiedt vanuit één punt in de bagageruimte.
De verwarming van de rijtuigen geschiedt met verwarmde lucht. In elk rijtuig wordt de lucht via een filter van buiten aangezogen door een ventilator, welke de lucht langs een elektrische verwarmingsweerstand van 35 kW blaast in een leidingsysteem, dat de lucht voert naar openingen onder de banken Afhankelijk van de buitentemperatuur kan de verwarmingskoffer met de hand worden geschakeld op half of vol vermogen. De verdere regeling van de temperatuur vindt automatisch plaats door een thermostaat, die bij de stand „half” van de bedieningsschakelaar regelt tussen het halve vermogen en nul (waarbij ook de ventilator stopt) in de stand „vol” van de bedieningsschakelaar tussen het volle en het halve vermogen. Verder is nog een stand „ventilatie” aanwezig, waardoor in de zomer verse lucht in de afdelingen kan worden geblazen. Zie zo, nu weet u weer alles van deze prachtige treinstellen. Ze mogen eigenlijk op uw baan niet ontbreken.

Aan de N.S. danken wij de werkelijk voortreffelijke tekeningen, welke los in dit nummer zijn bijgesloten en de vele gegevens.
Daarvoor onze hartelijke dank, ook namens u.