De N.V. Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij (NCS) – deel2


Origineel geschreven door J. J. B. Vellekoop
Gepubliceerd in Hobby Bulletin, maart 14e jaargang - 1962
Originele titel: Uit het stoomtijdperk der NS (2)

uit-het-stoomtijdperk-der-ns

Zoals reeds in het eerste artikel werd gezegd ging de N.C.S. pas in 1892 over tot verdere uitbreiding van het locomotiefpark.
Van alle tijdens de tweede periode in dienst genomen locomotieven moet Ir. J. W. Verloop, die op 1 mei 1879 in de functie van Chef van de Dienst van Tractie en Materieel bij de N.C.S. in dienst was getreden, als de geestelijke vader worden beschouwd.

Loc. serie 21...30 (N.S. 1501... 1510)

In 1892 werd overgegaan tot indienststelling van vijf stuks 2B locomotieven (nrs. 21...25) in navolging van de in 1889 door de N.R.S. aangeschafte locomotieven van gelijke samenstelling waarvan één bij wijze van proef bij de N.C.S. dienst had gedaan in de sneltreindienst Utrecht-Zwolle. Hiermede had ook bij de N.C.S. de z.g. bogie-locomotief haar intrede gedaan. Ze werden geleverd door Neilson & Co., Glasgow. In 1900 werd twee stuks (nrs. 26, 27) bij dezelfde firma nabesteld.

Afb. 3 - N.C.S. nr. 21 serie 21-27 Neilson & Co., Glasgow 1892-1900; serie 28-30 Henschel & Sohn. Kassei, 1902.

Afb. 3 - N.C.S. nr. 21
serie 21-27 Neilson & Co., Glasgow 1892-1900;
serie 28-30 Henschel & Sohn. Kassei, 1902.

Deze locomotieven (afb. 3) hadden ten opzichte van de oudere locomotieven een belangrijk groter vermogen. Uiteraard werden ze aangewezen voor het vervoer van de sneltreinen Utrecht-Zwolle waarbij het traject Amersfoort-Zwolle in één uur werd afgelegd.
In 1902 werd de serie nog uitgebreid met drie stuks (nrs. 28... 30) welke werden geleverd door Henschel & Sohn, Kassei. In afwijking van de donkergroene kleur uit de eerste bouwperiode waren de nieuw aangeschafte locomotieven geel-brons geschilderd. Deze kleur was een copy van de London Brighton and South Coast Railway.
De verschillende vlakken van geel-brons waren afgezet met brede olijfgroene buitenbanden, afscheiding tussen de gele en groene kleur door zwarte banden, af gezet met een rode bies tegen het groen en met een witte bies tegen het geel. De zwarte banden sloten in de hoeken met twee kwartcirkels aan elkaar. Schoorsteen en rookkast waren zwart. De dom had een messingbekleding terwijl de ketel op de overgangen naar rookkast en vuurkist van messingbanden was voorzien.
De schoorsteen had een koperen sierrand, terwijl uit hetzelfde materiaal hierop het locomotiefnummer prijkte. Bovenvermeld kleurenschema is voor alle daarna indienstgestelde en verbouwde locomotieven aangehouden. Omstreeks 1916, na het aftreden van Ir. Verloop, werd de gele kleur veranderd in donkerbruin met zwarte biezen, waartegen aan beide kanten witte lijnen. Mogelijk uit doelmatigheidsoverwegingen. De gele kleur vereiste een zorgvuldig onderhoud, over de nieuwe kleur zei men enthousiast „je ziet er niets op!”.

In het jaar 1906 werden de locomotieven nr. 21 en 25 voorzien van een rookkastoververhitter syteem Verloop en waren hiermee de eerste locomotieven in Nederland die van een oververhitter werden voorzien.
De heer Verloop bewees hiermede een man met veel initiatief te zijn. Teneinde de voordelen van oververhitte stoom ten opzichte van brandstofbesparing te kunnen nagaan bij reeds bestaande locomotieven was door hem dit systeem uitgedacht waarbij de oververhitterbuizen werden opgesteld in de rookkast zodat ingrijpende constructie-wijzigingen konden worden vermeden. Een aan de onderzijde van de rookkast aangebrachte verdeelkast, waarin de verse stoom uit de ketel werd toegelaten, was met een aantal evenwijdig lopende pijpen verbonden met een aan de andere zijde in de rookkast aangebrachte stoomverzamelkast waaruit de stoom naar de cilinders werd afgevoerd. Door de warmte van de verbrandingsgassen in de rookkast was het mogelijk de stoom tot een temperatuur van 220 °C te verhitten welke uiteraard lager lag dan bij een vlambuisoververhitter kon worden bereikt. In het algemeen heeft de rookkastoververhitter ten aanzien van de hiermede verkregen kolenbesparing niet aan de gestelde verwachtingen kunnen beantwoorden zodat deze bij verschillende locomotieven in latere jaren vervangen is door de Schmidt-vlambuisoververhitter.

Afb. 4 - S.S. nr. 576 vroeger N.C.S. nr. 10 „Kampen”, serie 1-12 (1B loc.) Neilson & Co., Glasgow, 1863.

Afb. 4 - S.S. nr. 576 vroeger N.C.S. nr. 10 „Kampen”, serie 1-12 (1B loc.) Neilson & Co., Glasgow, 1863.

Tenderloc. serie 31...39
(N.S. 7201...7209)

Deze loc. serie is ontstaan door de verbouwing van negen locomotieven uit de serie 1...12 tot 1B tenderlocomotieven (afb. 4). Hiertoe werd in 1892 in eigen werkplaatsen overgegaan in verband met de plannen tot uitbreiding van het buurtverkeer met lokaalspoorwegmaterieel. De drie overige locomotieven uit de serie 1...12 werden in hetzelfde jaar gesloopt. De verbouwing van de negen locomotieven werd voltooid in 1899. De namen kwamen hierbij te vervallen.

Afb. 5 N.C.S. nr. 20 serie 16-20. Eerste ombouw tot 2B locomotief.

Afb. 5
N.C.S. nr. 20 serie 16-20. Eerste ombouw tot 2B locomotief.

Omstreeks 1902 werd de serie omgenummerd in 81 ... 89 en in 1919 bij de overgang aan S.S. in 571...579. Tijdens de N.C.S. periode hebben de tenderlocomotieven de oorspronkelijke hoge schoorsteen behouden, doch bij de S.S. is deze, zoals uit afb. 4 blijkt, door een kortere vervangen.
De op deze foto afgebeelde tenderloc. S.S. 576 is als N.C.S. nr. 10 in 1864 in dienst gesteld en heeft de laatste jaren als N.S. 7208 tot 1934 nog dienst gedaan op de lokaallijn Nijkerk-Ede. Hiermede heeft zij de respectabele leeftijd bereikt van 70 jaar, zij het ook dat in de loop der jaren verschillende wijzigingen werden aangebracht.

Loc. serie 16... 20 1e verbouwing

In verband met de gunstige ervaringen met de in 1892 in dienst gestelde 2B locomotieven nrs. 21...25 (later uitgebreid tot 21...30) werd in 1897 overgegaan tot de verbouwing aan de 1B serie 16 ... 20 tot 2B locomotieven. Zoals afb. 5 toont werd hierbij de Egestorffse dom door een van Engels model vervangen. Voor de bestaande 2-assige tenders werden 3-assige, afkomstig van de locs. nrs. 21...25 in de plaats gesteld. De laatst genoemde locomotieven kregen toen grotere tenders welke in de werkplaats te Utrecht werden vervaardigd.
De verbouwing van de loc. serie 16...20, welke eveneens in eigen werkplaats geschiedde, kwam gereed in 1905. Evenals bij de serie 31...39 kwamen hierbij de namen te vervallen.

Afb. 6 - N.C.S. nr. 20 serie 16-20 ombouw tot 2B2 tenderlocomotief Werkplaats Utrecht 1914

Afb. 6 - N.C.S. nr. 20 serie 16-20 ombouw tot 2B2 tenderlocomotief Werkplaats Utrecht 1914

Loc. serie 16... 20 
2e verbouwing (N.S. 5601...5605)

Merkwaardigerwijze werd de loc. serie 16...20 in de jaren 1913...1916 wederom verbouwd en thans tot 2B2 tenderlocomotief (afb. 6) zodat er aldus van het oorspronkelijke type niet veel overbleef.

Op welke originele wijze hierbij door de heer Verloop te werk werd gegaan verhaalt wijlen de heer Derens in een zijner artikelen: Hij liet de tender er afhalen en door een, timmerman planken maken van de lengte en hoogte zoals hij die voor de watertank en kolenbunker geschikt achtte. Nadat hij deze aan de locomotief had doen bevestigen wijzigde hij nog wat aan de lengte en breedte totdat hij vond dat het geheel er wel goed uitzag. Naar dit „ontwerp” werden de machines verbouwd en zoals afb. 6 ons toont mocht het resultaat er inderdaad wel zijn! De locomotief was toen nog geschilderd in de gele kleur.
Het in exploitatie brengen van verschillende lokaalspoorlijnen omstreeks 1900 maakte uitbreiding van het aantal tenderlocomotieven noodzakelijk daar men voor deze diensten en het buurtverkeer op het traject Utrecht-Amersfoort slechts de beschikking had over negen tenderlocomotieven serie 31...39 waarvan enkele tevens nog dienst deden op de lijn Zwolle-Kampen.
In verband hiermede werden gedurende de jaren 1899-1905 nog zeven tenderlocomotieven in dienst gesteld, verdeeld over drie series.

Afb. 7 - N.C.S. nr. 44 serie 41-50. Hartmann A.G., Chemnitz, 1901.

Afb. 7 - N.C.S. nr. 44 serie 41-50. Hartmann A.G., Chemnitz, 1901.

Loc. serie 41...50
(N.S. 7001 ... 7010)

De aanschaffing van deze 2B tenderlocomotieven (afb. 7) vond in twee gedeelten plaats: de eerste vijf stuks werden in 1901 geleverd door Hartmann A.G., Chemnitz, de overigen in de jaren 1902-1903 door Hohenzollern A.G., Düsseldorf.
Enkele dezer locomotieven werden in latere jaren van een rookkastoververhitter voorzien.
Het waren sierlijke locomotiefjes die in hun opvallende gele kleur de lokaaltreintjes een speciaal cachet verleenden.
Afb. 8 toont ons een lokaaltrein Ede-Nijkerk met N.C.S. materiaal op het viaduct te Barneveld/Voorthuizen in het jaar 1934. De gele kleur van het locomotiefje was inmiddels via bruin naar lichtgroen bij S.S. tot donkergroen bij N.S. overgegaan.

Afb. 8- LOCAALTREINEDE-NIJKERK te Barneveld, 24 aug. 1934 op viaduct spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn.

Afb. 8 - LOCAALTREIN EDE-NIJKERK
te Barneveld, 24 aug. 1934 op viaduct spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn.

Afb. 9 - N.C.S. nr. 62 serie 61-65. Neilson & Co., Glasgow, 1901.

Afb. 9 - N.C.S. nr. 62 serie 61-65. Neilson & Co., Glasgow, 1901.

Loc. serie 61...65 (N.S. 5401.. .5405)

Deze 2B1 tenderlocomotieven (afb. 9) geleverd door Neilson & Co. Glasgow, waren t.o.v, de serie 41... 50 van een robuuster voorkomen en werden in 1901 in dienst gesteld. Zulks in navolging van het H.S.M. 2B1 type serie 700 hetwelk aldaar sedert 1898 met goede resultaten in gebruik was.
Oorspronkelijk hadden deze machines geen zandstrooier. Later is zoals de foto weergeeft, een zanddom op de ketel geplaatst tussen schoorsteen en stoomdom.
In hoofdzaak deden deze locomotieven dienst voor het vervoer van buurttreinen op het traject Utrecht-Nunspeet.
Voor de modelbouw is dit type met binnenliggende cilinders steeds aantrekkelijk geweest. Fig. 10 is een reproductie van de betreffende modelbouwtekening.

(Wordt vervolgd)

hb62-03mrt-2

Voor deze artikelen zijn verschillende gegevens ontleend aan de door Mr. D. A. E. Immink samengestelde N.C.S. Jubileumuitgave 1863-1913 en artikelen van wijlen Ir. P. Labrijn en L. Derens resp. in de tijdschriften ,,Spoor en Tramwegen” en „Op de Rails”.